Het lijkt wel of de overheid weigert om kritisch te zijn ten aanzien van haar eigen innovatiebeleid. Opnieuw laat het kabinet een jubelende evaluatie zien. Wanneer prikt ons parlement nu eens door deze PR-machine heen?

Om er voor te zorgen dat belastinggeld effectief en doelmatig wordt ingezet, moeten beleid en regelingen periodiek worden geëvalueerd. Dat met de gekozen onderzoeksopzet de uitkomsten van een evaluatie kunnen worden gestuurd, moge duidelijk zijn. De kritiek, die er vanuit diverse geledingen is op het huidige bedrijfslevenbeleid, klinkt niet door in de uitgevoerde evaluaties. De positieve PR-machine, die destijds door minister Verhagen is gestart, draait nog steeds door.

De, op 23 augustus door minister Kamp aan de Tweede Kamer, aangeboden evaluatie van het Innovatiekrediet en Uitdagerskrediet, past ook weer in de aanhoudende goed nieuws show rondom het bedrijfslevenbeleid. Tegelijkertijd maakt de evaluatie pijnlijk duidelijk hoe, in dit soort onderzoeken, naar gewenste uitkomsten kan worden gezocht. Het mag geen wonder heten dat de onderzoekers, op basis van de uitkomsten van de evaluatie, concluderen dat het Innovatiekrediet doeltreffend en doelmatig is.

De doeltreffendheid van het instrument wordt in de brief aan de Tweede Kamer als volgt onderbouwd: “uit de analyse blijkt dat toekenning van een Innovatiekrediet ervoor zorgt dat de loonsom voor Speur & Ontwikkelingswerk gemiddeld 68% hoger is dan deze zou zijn geweest zonder een Innovatiekrediet. … Enquêteonderzoek geeft aan dat gebruikers van het Innovatiekrediet vaker starten met het innovatieproject, vaker succes hebben, meer patenten verkrijgen en vaker groeien (in fte) dan de groep afgewezen bedrijven.” Deze conclusie zou volgens mij evident moeten zijn. Immers, het krediet is bedoeld voor innovatieprojecten waarvan de risico’s zodanig zijn, dat er onvoldoende financiering is om de projecten uit te voeren. Indien ook de overheid geen innovatiekrediet wil verstrekken, ligt het voor de hand dat projecten niet, in beperktere mate, of op een later tijdstip worden uitgevoerd.

De doelmatigheid van het instrument zou volgens de onderzoekers eveneens goed zijn, omdat de totale administratieve lasten voor een toegewezen Innovatiekrediet door de onderzoekers “worden geschat op circa 1% van het gemiddelde kredietbedrag”. Het lijkt van ondergeschikt belang te zijn dat, in de beleving van drie van de vier aanvragers voor een Innovatiekredietaanvraag, de administratieve lasten gelijk of hoger zijn dan opgelegd door een private financier.

Om innovaties niet onnodig te vertragen wordt er in de regeling aangegeven dat er binnen maximaal 16 weken over een aanvraag moet worden besloten. Uit de evaluatie blijkt dat het gemiddeld 11 maanden duurt voordat een projectfinanciering rond is. Er wordt gezwegen over de pakken papier die in de overige 7 maanden moeten worden aangeleverd, om te kunnen worden beoordeeld. Er wordt niet ingegaan op de vraag waarom bijvoorbeeld zo weinig ICT-projecten met een positief besluit, de eindstreep halen. Er wordt niet ingegaan op de vraag waarom gemiddeld slechts één op de drie aanvragen wordt gehonoreerd. Wel wordt vastgesteld dat de capaciteit van de afdeling bij Agentschap NL krap is.

In het evaluatierapport wordt ook vastgesteld dat de inrichting in 2012 van de faciliteit als revolverend fonds een goede zaak is: “Dit bevordert de doelmatige werking van de regeling. AgNL voelt immers, dankzij dit instrument, direct de financiële consequenties van zijn toewijzings- en beheerbeleid.” Anders gezegd: vanwege het revolverende karakter zal AgNL in haar beoordeling nog restrictiever worden en meer en meer de rol gaan vervullen van een reguliere financier die rendement zoekt. Naar mijn mening heeft een dergelijke rol niets meer met stimuleringsbeleid te maken.

Dit laatste had volgens mij ook de hoofdvraag van de evaluatie moeten zijn: “Als overheid willen we innovaties in de BV Nederland stimuleren. Draagt de opzet en de uitvoering van genoemde kredietfaciliteiten hier inderdaad aan bij?” Het zou mij persoonlijk niet verbazen als het antwoord op die vraag ineens een stuk minder positief is.

Ten aanzien van de keuzen die het kabinet tot nu toe heeft gemaakt, zal het ongetwijfeld onvermijdelijk zijn dat met de geplande bezuinigingen voor 2014 opnieuw het mes gaat in gelden voor innovaties. Ik hoop oprecht dat het kabinet daarbij de moed heeft om eindelijk weer eens kritisch te zijn over haar eigen beleid. Beter snijden in een instrument als de RDA (research & development aftrek), dan in bijvoorbeeld de wbso (wet bevordering speur- en ontwikkelingswerk) of de innovatiebox. De voorkeur van het kabinet zal wel weer uitgaan naar de kaasschaaf. Maar ook bij dit soort uitdagingen, om ingrijpend te bezuinigen, zou de kernvraag moeten zijn wat de bijdrage van een instrument is aan het stimuleren van innovaties in de BV Nederland. Daarbij hoort ook de moed vast te stellen dat eerdere beleidskeuzen niet het gewenste resultaat hebben gehad.

Wat vindt u? Als AC Adviseurs zijn wij benieuwd naar uw mening!

label

flag united kingdom

AC Adviseurs

Abe Lenstra boulevard 52-4
8448 JB HEERENVEEN

Twitter Facebook Linkedin

label

Kom in direct contact

icon
label

info@acadviseurs.nl

TEL: 0513 – 648 854

Neem contact met ons op

Veelgestelde vragen

Nieuwsbrief

icon
label

Mis niets meer en blijf op de hoogte van de laatste artikelen en ontwikkelingen binnen AC Adviseurs.

Bekijk de laatste nieuwsbrief