Het Kabinet concludeert dat het instrumentarium van het bedrijvenbeleid goed toegankelijk en bijzonder profijtelijk blijkt te zijn voor het MKB. Driekwart van de gelden zou ten goede komen aan het MKB. Positieve conclusies voor het MKB dus, maar klopt dit beeld wel?

Sinds 2010 is in het beleid een steeds grote nadruk gelegd op fiscale ondernemerschapsstimulering, ten koste van directe subsidies. Voor wat betreft het innovatiebeleid vertaalt zich dit naar generieke (fiscale) beleidsinstrumenten, zoals de wbso, rda en innovatiebox. Het specifieke subsidie-instrumentarium is daarbij in omvang fors afgebouwd en inhoudelijk omgevormd naar een topsectorenbeleid, waarbij bij de concrete invulling lange tijd nauwelijks aandacht bleek voor het MKB.

In een reactie op een uitgevoerde beleidsdoorlichting naar het bedrijvenbeleid, zoals dat sinds 2010-2011 in de huidige vorm wordt gevoerd, concludeert het Kabinet echter dat:

  • het beleid overwegend generiek van karakter is;
  • het MKB in ruime mate profiteert van de beleidsgelden;
  • grofweg zo’n driekwart van de beleidsgelden ten goede komt aan het MKB;
  • het instrumentarium van het bedrijvenbeleid goed toegankelijk is voor het MKB;
  • er relatief veel MKB-gerelateerde beleidsinstrumenten zijn.

Hoe kan door het Kabinet een beeld worden opgeroepen dat juist het MKB profiteert van het nieuwe bedrijvenbeleid, terwijl de beleving bij de gemiddelde MKB-ondernemer wezenlijk anders is?

Het antwoord blijkt simpel te zijn. In het onderzoek en de hierop gebaseerde kabinetsreactie blijken werkelijk alle denkbare overheidsmiddelen op één grote hoop te zijn gegooid. Waar wordt gesproken over fiscale ondernemerschapsstimulering, blijken naar budgettaire omvang gemeten daarbinnen de grootste drie instrumenten de zelfstandigenaftrek, het lage btw-tarief (voeding, horeca en logies) en de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek te zijn. In totaal gaat het in 2014 daarbij om een bedrag van bijna € 5 miljard. Bij dit bedrag valt het budget voor zowel het generieke als het specifieke innovatiebeleid in het niet. Dit geldt eveneens voor het budget voor financieringsinstrumenten.

Voor het onderzoek en voor de analyse van de resultaten was het beter geweest om nadrukkelijker onderscheid te maken naar de verschillende interventies die de overheid binnen het bedrijvenbeleid wil plegen en de bij deze interventies behorende doelgroepen. Het stimuleren van eigen ondernemerschap is immers iets wezenlijk anders dan het stimuleren van innovaties of het stimuleren van kredietverlening aan bedrijven. ZZP’ers, kleine zelfstandigen, familiebedrijven, starters, doorgroeiers, innovatieve bedrijven (klein, middelgroot of groot), nationaal of multinationaal, zijn wezenlijk andere doelgroepen die je niet op één hoop moet willen gooien. Naast de constatering dat hierdoor bij Tweede Kamer en het publiek een volstrekt verkeerd beeld wordt neergezet, is het toch vooral ook een gemiste kans op een serieuze evaluatie van het bedrijvenbeleid.

Al met al lijkt het Kabinet met deze reactie op de beleidsdoorlichting van het Bedrijvenbeleid vooral voor te sorteren op haar uitgangspunten voor de herziening van het belastingstelsel. Daar hoeft op zich niets op tegen te zijn, maar het zou wel beter zijn om daarbij geen appels met peren te vergelijken en daarbij te doen alsof de vergelijking alleen appels betreft.

label

flag united kingdom

AC Adviseurs

Abe Lenstra boulevard 52-4
8448 JB HEERENVEEN

Twitter Facebook Linkedin

label

Kom in direct contact

icon
label

info@acadviseurs.nl

TEL: 0513 – 648 854

Neem contact met ons op

Veelgestelde vragen

Nieuwsbrief

icon
label

Mis niets meer en blijf op de hoogte van de laatste artikelen en ontwikkelingen binnen AC Adviseurs.

Bekijk de laatste nieuwsbrief